zaterdag 12 december 2009

Comparatieve studie ter ontbloting van het poëtische meestertalent van J-M Dedecker

J-M Dedecker is een miskend genie van het niveau dat ons land niet meer gekend heeft sinds het heengaan van Shakespeare, die bovendien niet eens een Belg was. Dat heb ik plots ontdekt na kort onderzoek.

Ja de redder van de poëzie in het Nederduitse taalgebied (RPNT) is een waar fenomeen en mijn doel is om u dat met deze post duidelijk te maken. Maar omdat zijn talent zo fenomenaal onoverzienbaar groot is, zullen we even een tussenstopje moeten maken bij een ander redelijk goede dichter. Hij leefde in de jaren vijftig en het spreekt vanzelf dat hij niet zo goed was als RPNT, maar we halen hem nu toch even aan om mijn these een beetje basis te geven. Welaan.


om te bewijzen (bij manier van veronderstellen) dat kazernen en paleizen van koek en suiker zijn, had meneer k zijn beste vlindervangnet waarin hij zorgvuldig grote gaten had geknipt uit de kast in de hoek van het salon gehaald en was hij behoedzaam op handen en op voeten, op zijn zachtste sokken (niet te vergelijken met de soepele laarzen van een vredelievend veroveraar) door het niemandsland gekropen dat, we kennen het uit vertrouwelijke mededelingen, onherbergzaam is en dat begint achter de blinde muur rond zijn tuin die vol geurend onkruid staat. meneer k, die het zich kon permitteren, zoals hij ook wijselijk had voorzien, verloor schuilend in een versperde loopgraaf het nutteloos bewustzijn en tevens een en ander dat hij evenzeer evenmin nodig had. nodig voor wat? de vijand luistert en meesmuilt. maar wie kan nu nog de lengte en de duur berekenen van de lijnen die hij trok van a naar b van b naar c, ver en nabij? meneer q knutselde de inleiding in mekaar tot een op touw te zetten studie over de onverstaanbare haperklanken die meneer k in zijn illusie heeft gestameld. meneer k was er achteraf door onthutst. meneer q gremelde in zijn baard (die hij elke dag stoppel voor stoppel scheert). laat me maar begaan, zei hij afwerend. kan echter meneer k nu nog ooit als voorheen onbekommerd en afwezig in zijn plooien staan?

- marcel wauters
 Ik kan me best voorstellen dat sommige mensen dit fantastische poëzie vinden en de waarheid is dat zij er waarschijnlijk nog niet eens zo ver naast hadden gezeten (pauze ter bevordering van dramatiek) ware het niet dat er nu Jean-Marie Dedecker is, die de lat voor alles wat literatuur of taalspel of gewoon nadenken in het algemeen zo ongrijpbaar hoog legt dat zijn kunde zich verhoudt tot het fragment van hierboven als een Tyrannosaurus Rex tot een naaktslak. En er is een reden waarom het ene dier met een hoofdletter geschreven wordt en het andere niet, en die reden is dat het ene dier het andere nog niet als entree bij zijn ontbijt zou willen eten omdat het gewoon veel beter is.

Maar goed, zoals gezegd citeren we Marcel Wauters hier vooral om een basis te hebben voor ons betoog. Bemerk zijn zeldzame voorliefde voor surrealisme en de ontkenning van elke rede, zoals in de wending "het nutteloos bewustzijn en tevens een en ander dat hij evenzeer evenmin nodig had". Verder vinden we ook een doorgedreven omkeren van de rechte lijn van de logica en de chronologie, wat bijvoorbeeld het geval is in de regel "meneer q gremelde in zijn baard (die hij elke dag stoppel voor stoppel scheert)". Marcel Wauters lezen staat dan ook meestal gelijk met op het einde van de laatste zin even beide wenkbrauwen fronsen en knipperen met de ogen want er is gewoon geen touw aan vast te knopen. Ik kan u dan ook met een gerust hart en in eer en geweten zeggen dat ik tot voor kort dacht dat Marcel Wauters een van de hoogtepunten van de Nederlandse letterkunde was.

Dat ik me daarmee schromelijk vergiste, besefte ik rond tien na acht deze avond. De lucht kleurde goudgeel  en de hemel galmde van de gelukwensen van zeven engelenkoren toen ik een interview met RPNT las. Sindsdien weet ik ongeveer hoe het moet voelen om uit een coma te ontwaken of om gekerstend te worden uit het heidendom en het scheelde niet veel of ik was van mijn stokje gegaan bij zoveel poëtisch talent. Gelukkig, gelukkig zat ik neer.

Wat ik las was méér dan poëzie. Al kent RPNT duidelijk zijn klassiekers. Dat kan ik, als afgestudeerd Letterkundige en kundig maker van comparatieve studies, opmerken door de subtiele verwijzingen die RPNT inbouwt in zijn oeuvre. Maar ik laat u niet langer op uw honger; klik op deze link om de tekst te lezen die hopelijk ook uw leven zal veranderen. Hij verscheen op 11 december  in de krant maar bij Lijst Dedecker waren ze (begrijpelijk) zo onder de indruk dat ze (begrijpelijk) beslisten om het magnum opus, want één keer per millennium verdient ook een tekst van enkele paragrafen deze titel, integraal te publiceren op hun website.

(Deze alinea is een rustpauze die u toelaat om even tot adem te komen en zoveel intellectueel vuurwerk te laten bezinken.)

Bij zo'n onvoorstelbare en overdonderende rijkdom aan hoogkwalitatief materiaal is het voor een onderzoeker levensnoodzakelijk om even afstand te nemen, zich opnieuw een objectieve positie ten opzichte van het onderwerp aan te meten en uiteindelijk een onderzoeksgebied af te bakenen. Na een lang en pijnlijk proces van selecteren en schrappen, besloot ik om me op deze zin te concentreren.
Waarom zou je water besparen als het in ons land zoveel regent? Er is toch water genoeg? 
- J-M Dedecker
 Gevleugelde woorden waarvan ik denk dat het niet onredelijk is om ervan uit te gaan dat ze nog voor ze uitgesproken waren al de status van een zin als "naakt zijn en beginnen" verkregen hadden, morgen die van "hebban olla vogala nestas hagunnan" zullen evenaren en - dit is een voorzichtige schatting - dinsdagochtend zowel de regel "tu quoque, fili mii" als "to be or not to be" zullen degraderen tot voetnoten in de literatuurgeschiedenis.

RPNT is zich, zoals elke fenomenaal getalenteerde kunstenaar, maar al te goed bewust van de kunstgeschiedenis die hem vooraf ging. Dat heeft hij misschien geleerd van Hugo Claus, al lijkt het mij ook niet volstrekt onmogelijk dat het ongeëvenaarde talent van RPNT terug in de tijd gereisd is om daar Cicero te onderwijzen en zo Claus zelf te inspireren. (Maar dat is stof voor een andere thesis.)

Net als bij Marcel Wauters (ha kijk, daar is hij dan) vinden we bij RPNT een voorliefde voor surrealisme en elke ontkenning van de rationaliteit, maar RPNT verheft dat alles tot nieuwe en verdomd eenzame hoogten. Ja, we zouden op Kerstavond niet graag het exceptionele poëtische talent van RPNT zijn. Speelt Wauters met de menselijke conceptie van logica, dan schiet RPNT diezelfde logica zonder meedogen het raam uit met een verschrikkelijk grote middeleeuwse katapult, ergens richting Jupiter. Het kinderlijke simplisme uit "er is toch water genoeg" doet dan weer denken aan de hoogdagen van het Dadaïsme, maar dan in het kwadraat. Deze auteur is er gewoon niet op uit om zijn publiek een samenhangend, steekhoudend of zelfs maar begrijpelijk betoog voor te schotelen, maar liever tast hij de grenzen van het absurdisme af. Hij laat zijn publiek in het totale ongewisse en weigert ostentatief om het ook maar enige houvast te geven, terwijl datzelfde publiek zich met een tollend hoofd afvraagt waar het zoveel nooit eerder vertoond poëtisch vernuft in vredesnaam aan verdiend heeft.

RPNT's werk leest als - excusez-moi le mot - één grote mindfuck en is meer ongeëvenaard dan de meridiaan van Greenwich. Zoals alle grote-groter-grootste kunstenaars geeft RPNT zijn publiek zicht op een wereld zoals die óók zou kunnen zijn. Een wereld waar niet alles steek moet houden. Een wereld met heerlijke onwijsheden die je bovendien gemakkelijk kan nabekken onder de douche, in de auto of  aan de toog. Een wereld waar je met sprekend gemak de stuitendste onzin kan verkopen zonder dat een haan ernaar kraait.


Waarom zou je water besparen als het in ons land zoveel regent? Er is toch water genoeg? 
- J-M Dedecker



LEES MEER uit het oeuvre van RPNT

0 reacties:

Een reactie plaatsen